Wetenswaardigheden over onze kerk

EEN STUKJE GESCHIEDENIS EN WETENSWAARDIGHEDEN VAN ONZE KERK
Onze kerk staat sinds 1810 aan de Ganzenmarkt in Ootmarsum. Een stadje dat ongeveer 4500 inwoners telt, waarvan er circa 450 protestant zijn. Een minderheid dus, maar de samenwerking met de katholieken is goed te noemen.
Onze kerkelijke gemeente omvat van oudsher, naast Ootmarsum, ook nog Tilligte, Lattrop, Oud-Ootmarsum, Springendal, Postelhoek, Brecklenkamp, Groot en Klein Agelo en Nutter. Daarnaast vallen Vasse, Reutum, Hezingen en Haarle, behorend tot de gemeente Tubbergen, ook nog onder onze kerkelijke gemeente.  Er zijn ook leden van onze kerk woonachtig in Duitsland. Heel verspreid dus.

Onze leden wonen dus niet alleen in Ootmarsum, maar in plaatsen en buurtschappen rondom de Siepelstad (de bijnaam van Ootmarsum).  Zo ligt de buurtschap Brecklenkamp op 9,5 km afstand.  In onze tijd spelen afstanden niet meer zo’n rol van betekenis. 80 jaar geleden echter waren er nauwelijks verharde wegen en had men amper fietsen, laat staan auto’s. Men ging lopend of met paard en wagen. Op zondag konden meteen de boodschappen meegenomen worden, omdat daar door de week geen tijd voor was. Je bestellijstje gaf je dan voor de kerkdienst af, erna dronk je koffie, wisselde alle nieuwtjes van de week uit en laadde de wagen vol met de bestelde boodschappen.

Geschiedenis van Reformatie en Protestantisering
Tijdens de 80-jarige oorlog (1568-1648) werd heftig om het bezit van Twente gevochten. Prins Maurits nam de stad in 1592 én in 1597 in. Een kogel, die tijdens één van die gevechten gebruikt is, vindt men nog terug in een zijmuur van de r.-k. kerk.  Tot 1626 wisselden Staatse- en Spaanse troepen elkaar regelmatig af. De vraagtekens op het predikantenbord in onze kerk duiden op de verdwenen predikanten!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verovering door de Staatse troepen in 1626 bleek definitief. De Grote Kerk werd aan de Protestanten ter beschikking gesteld.
In Twente, ook in Ootmarsum, bleef de bevolking na 1626 grotendeels Rooms-Katholiek, al was dat officieel verboden. Hun vieringen vonden dan ook buiten de stad op boerderijen plaats. Alleen in de 18e eeuw stond hen een eigen kapel binnen de stad ter beschikking. (Kapelstraat).

COMMANDERIE DER DUITSE ORDE
Achter in de kerk staat een grafsteen die in 1811 is meegenomen vanuit de Grote Kerk. Deze grafsteen is van de laatste commandeur in Ootmarsum, Johann Diederich van Heiden Hompesch, die getrouwd was met Godanna Judith Anna van Bronkhorst tot Batenburg. Deze commandeur maakte van de commanderie (een soort kasteel  dat op enkele honderden meters afstand van de kerk stond) een wereldlijke havezathe en ging over tot het Calvinisme. Hij stierf in 1669.

DE FRANSE TIJD
Het bezoek van koning Lodewijk Napoleon in 1809 aan Ootmarsum werd voor de Roomse meerderheid, en voor Joden, een geloofsbevrijding.
De katholieken, het grootste deel van de bevolking, had desgevraagd één wens: “Geef onze kerk terug”.
Lodewijk Napoleon willigde dit verzoek in, met als voorwaarde dat de katholieken en protestanten een nieuwe Protestante kerk moesten bouwen. Hetgeen gebeurde.
De kerk werd in de toen gangbare Neo-Classisistische stijl gebouwd en was in 1811 gereed. Feitelijk was het  nog geen  ‘waterstaatskerk’ ;  dat ministerie werd pas vanaf 1824 met de kerkenbouw belast. Ook mochten ‘we’ toen de door ons ingebrachte interieurstukken uit de Grote Kerk meenemen, o.a. de preekstoel (1614) en het  Berner-orgel (1676).

 

 

 

 

In 1945 viel een Duitse bom precies tussen kerk, ambtswoningen en de consistorie. Op die plek aan het Bergplein staat nu het oorlogsmonument. De glas-in-lood panelen zijn originelen uit de toen gehavende kerkramen. Zoals het paneel van de wijnstok hieronder.

 

 

 

 

 

TORENS MET HET SILHOUET VAN EEN ‘ ZOUT- EN PEPERBUS’
Vóór de Grote of  r.-k. kerk stond vroeger een toren met uurwerk en klok, die vanaf 1810 zowel voor de katholieke als voor protestantse kerkdiensten en begrafenissen luidde. In 1839 werd die toren afgebroken. De Protestanten bouwden daarna  een eigen klokkentoren op hun kerk, met een luidklok, die sinds 1844 in functie is. Op de kerk is nu sinds kort ook een eigen uurwerk aangebracht. (het oude uurwerk van de Grote Kerk is geplaatst in een torentje op het voormalige stadhuis)
Hieronder de toren en een lezenaar met stadswapen van Ootmarsum en het jaartal 1687.

 

HET ORGEL
Het orgel van onze kerk werd in 1781 gebouwd door Eberhard Berner voor de H.H.
Simon en Judas – of Grote Kerk in Ootmarsum.
Het orgel verhuisde mee in 1811 naar de toen, door katholieken en protestanten gebouwde kerk. De overplaatsing deed G.H.Quellhorst en mogelijk is er toen enig snijwerk verdwenen of vernieuwd.

Herman Koops is sinds 1986 onze vaste organist. Hij volgde zijn vader Henk op. Naast het bespelen van het orgel wordt ook veel gebruik gemaakt van de vleugel, die op het liturgisch centrum staat.